Reisverslag 7 Nepal

Vlag NepalNepal

 

NAMASTE

Hallo, goede dag! Het is de groet van de Nepalese bevolking. Je hoort het de hele dag.

 

Donderdag 12 oktober 

Grens nepalTe voet terug de grens over !!!!!!! Ook hier alles weer relaxed en vriendelijk. Totaal geen controle. We kijken elkaar verbaasd aan. Dit hebben we nog nergens meegemaakt. De “Moggy” hebben ze niet eens gezien, laat staan gecontroleerd. Waar is de auto ?? We wijzen richting Nepal. Ok, ze vullen netjes alle benodigde papieren en en ze stempelen er lustig op los. Ja, ook de Carnet de Passage voor “Moggy”. We moeten ze nog uitleggen, hoe, wat en waar en welk stukje van de pagina. ze zelf moeten houden en wat er in niet uitgescheurd mag worden. Prachtig. We kregen zelfs thee aangeboden. Voor het visum moeten we 2x 30 Dollar betalen en is geldig tot 08 december 2006. Dan lopen we terug de grens over, naar het huis waar “Moggy” in de tuin staat en er een  “Nepalees” ontbijt op ons  te wachten. Jeetje, wat worden we verwent ” What a live !!”.

We nemen afscheid van de hele familie die inmiddels allemaal rond ons zitten en we worden uitbundig uitgezwaaid. Eerst rijden we over een smal zandpad, dan eindelijk de verharde weliswaar bochtige weg richting Dhangarhi.

Rijst planten        Overnachtingsplaats langs de weg        Dorpje        Dorpje met Els

280 km verder Nepal in komen we door een dorp met militaire bewaking. Het loopt al weer naar de schemer toe en besluiten aan de militaire die daar staan te vragen of we in het dorpje mogen blijven staan onder hun bescherming. Goed idee. We staan zelfs schuin voor een “Hotel” waar we mogen parkeren. Een echt authentiek Nepalees dorp. Geen electriciteit, een paar waterkranen. De koeien – buffels, zwijntjes, geiten en kippen lopen gewoon vrij rond. We eten er locale kost, maken foto’s en genieten van de sfeer. Het dorpje is Kusum Baisya (Bankey) Coördinaten N 28.00.36.8 – E 082.05.32.6.

Vrijdag  13 oktober

Moggy wordt getrokken door tractorVerder de kronkelige bergweg met soms “wasbord”-effect. Dan ineens, wat is dat. Kees geeft gas maar “Moggy”  wil niet meer. Daar sta je dan, behoorlijk bergopwaarts, pikzwarte rook uit de uitlaat, geen beweging. Wat nu? Dan komt er een rode kruisauto aan. Zes mannen springen eruit, een ervan  duikt onder de motorkap en begint lucht uit de dieselpomp te pompen. You can go now, no problem, everything ok! Niet dus! Na een paar meter staan we weer stil. Dan komt er een tractor aanrijden. Stopt en wil ons wel naar het volgende stadje Lamahi 3 km. verderop slepen. Kees is bang dat er iets met de motor is, maar als de tractor ons bergopwaarts trekt, laat hij de motor meelopen, geen probleem.

Monteur in de cabineGashendel In het stadje aangekomen, duikt een klein, mager monteurtje van een jaar of 18 jaar onder de motorkap. Nog geen minuut en hij heeft het gezien. Een beugeltje van de stang naar het gaspedaal is afgebroken, waarschijnlijk door het wasbord-effect (de man van het rode kruis zat er dus niet ver naast dat het iets met de toevoer van de brandstof te maken had). Tussen de stoelen in de cabine moest “het luik open” om bij het gaspendaal de beugel eruit te kunnen halen die afgebroken was en opnieuw gelast moest worden. Gelukkig is dit manneke zo klein, dat hij gehurkt in de cabine overal bij kan. Kees zou hier gewoon te groot voor zijn geweest.  2 ½ uur later rijden we weer aan. Hij vroeg 800 Roepies (9,00 € ) we hebben hem het dubbele gegeven. Hoe is het mogelijk. Dit manneke had nog nooit een “UNIMOG” gezien.We hebben met verbazing staan kijken, zo gewoon langs de weg, met het halve dorp eromheen. Applaus van allemaal toen Kees de “Moggy” starte en het probleem inderdaad opgelost bleek.

Eindelijk komen we in Butwal aan. De kruising waar het richting Pohhara gaat, waar we hopen een tijdje vakantie te houden. In het begin denken we dat we fout zitten, zo slecht is de weg. Bovendien komt de regen met bakken uit de hemel. Nee, het is toch goed. Als we dan een grote open plaats zien bij een benzinepomp besluiten we hier te overnachten. Brindaban Coördinaten N 27.49.44.4 – E 083.32.20.0 We kunnen hier eten en drinken. Een Oranjeboom biertje erbij, gebottled in Nepal. We krijgen zelfs electriciteit. Als de mensen zelf hun verlichting aan doen, wordt de spanning 9,5Volt, te laag voor “Moggy”en moeten we de generator aan zetten. Geen punt, kan alles weer eens goed opladen.

Zaterdag 14 oktober

De volgende ochtend is het nog goed mistig als we opstaan. Als we vertrekken gelukkig weer met blauwe lucht. De weg naar Pokhara is prachtig. Op de kaart lijkt de weg vrij recht, in werkelijkheid is hij behoorlijk kronkelig. Het schiet dus niet echt op, maar zoals gezegd, een prachtige omgeving. De planten die we thuis in de tuin of in potten binnen hebben, staan hier groot en kleurrijk in het wild. Dan natuurlijk de palmen en bananenbomen, tegen de heuvels de afgevlakte rijstvelden, je komt ogen te kort. Dan steken er plotseling weer apen over Hé, dit is een andere soort dan we steeds gezien hebben, niet de bruine met vuurrode billen, maar mooie slanke grijze apen met een baard en lange staart. We genieten !

Als we Pokhara binnen rijden wacht ons een verassing. De camping is er niet meer. We kunnen wel op het grasveld staan, maar geen bewaking, geen toilet, water of electriciteit. We overleggen wat te doen. De plaats ligt fantastisch mooi aan een meer tussen de bergen. Dan zien we een bord van een andere overland camping 6 km. hiervandaan. Het is nog vroeg in de middag en kunnen voor het donker nog daar zijn. De weg naar deze camping loopt langs het meer en wordt erg smal, als we een tegenligger krijgen wordt dit een probleem. Het voelt niet goed. Als we bij  een restaurantje kunnen keren, doen we dat.

Camping aan het meerEenmaal terug op de plaats van de niet-meer” camping zetten we “Moggy” op een mooie plaats neer, keuze genoeg er staat één Franse camper. Water hebben we voorlopig nog genoeg, douche en toilet hebben we zelf, dus dat is geen probleem, de zonnepanelen kunnen ook genoeg laden, komen we te kort moet de generator een paar uurtjes draaien, daar is hij tenslotte voor. Dan komen er een paar vrouwen aan. Ja, het is mogelijk om electriciteit te krijgen. Ze kennen wel iemand in het dorp, die de dat allemaal kan maken en opnieuw aansluiten. Alles hangt er nog, alleen het werkt niet meer.  Ohh… ,dat zou mooi zijn. Maar hoeveel kost dat dan. De vrouwen noemen zonder te blikken of te blozen een behoorlijk hoog bedrag.  Kees rekent even om in Euro’s en begint hard te lachen. Tja, dat zou wel mooi zijn als wij dat deden, niet alleen voor ons, maar voor het hele gedeelte van dit dorp. Nee, toch maar niet. De vrouwen vertrekken teleurgesteld. Tja, het was natuurlijk te proberen.

We overleggen verder de situatie en besluiten morgen met de fietsen de 6 km. te rijden om de andere camping te bekijken.

Op de terugweg hebben we een paar plaatsen gezien waar je privé bij mensen in de tuin kunt kamperen, ook aan het meer en zeer rustig. We zien daar ook het motorhome van een Duits stel staan die we in Islamabad gezien hebben, Heidi en Olaf Lutz.

Terug op de camping zien we een briefje achter de deurklink. Heidi, Olaf en hondje Anja waren om 16.00 uur hier en hebben onze “Moggy” herkent en een berichtje achter gelaten. Ze staan aan het meer, iets verderop, prive bij mensen. De rest van de Duitse groep komt ook nog, welke camping zij nemen weten ze nog niet. We zien elkaar morgen beslist. Dan begint de lucht te betrekken. Zwarte lucht, REGEN, hagel, onweer, bliksem, heftig dus.

MotorrijderDan is het weer droog, zitten buiten en genieten van het uitzicht. Een motorrijder uit de Duitse groep komt de camping oprijden. We staan op om hem te begroeten maar zien aan zijn houding en ogen dat er iets niet in orde is. De Duitse groep is toch de smalle weg naar de “Overland-Camping” op gegaan. 500 meter voor deze camping, moet een van de grote trucks uitwijken en glijdt van de weg af een rijstveld in. Ja, daar hang je dan. Daar komt dan een zware onweersbui overheen met héél, véél water en de truck zakt steeds verder de modder in. De motorrijder vraagt of wij de andere trucks, als ze op onze camping komen, willen vertellen hoe de situatie is. Natuurlijk, dat is geen probleem. We geven hem een kop hete koffie en een banaan, meer wil hij niet. Hij is door en door nat maar wil toch terug naar de gestrande truck. Het wordt al donker. Hopelijk gaat dat allemaal goed.

Zondag 15 oktober

Truck in de berm       Truck in de berm 2      Truck in de berm 3       Truck in de berm 4

Als we om 06.00 uur buiten kijken zien we twee Duitse trucks van de groep op onze camping. Ze hebben gisterenavond de truck die van de weg af gegleden was met linten vastgezet, zodat deze niet verder weg kan zakken. Deze twee trucks moesten terug, een truck is daar gebleven, voor de veiligheid en ondersteuning. Om 07.00 uur gaan ze met z’n alle proberen de truck weer op de weg te krijgen. Wij rijden na het ontbijt met de fietsen naar de plek. Daar wordt hard gewerkt, gegraven, opgehoogd, gezweet, gevloekt bekeken hoe, wat, waar, dan eindelijk tegen 12.00 uur is de truck weer op de weg. Plotseling een geschreeuw, shit, de truck die de andere truck eruit trok, rijdt nu zelf iets te ver naar achteren en rijdt zich aan de andere kant vast. Geen probleem, jij hebt mij net eruit getrokken, nu is het mijn beurt jou weer eruit te trekken. Grote hilariteit, gelukkig alles goed verlopen, niets beschadigd. Achteraf een spannend verhaal, maar voor de desbetreffende zeker geen lolletje.

De weg, die behoorlijk beschadigd is, weer in orde gemaakt, de gaten weer gevuld, de man van het rijstveld geld gegeven voor de geleden schade. De helft van de groep blijft op de “Overland-Camping”, drie andere zijn terug gereden naar onze camping. We besluiten op deze plaats te blijven.

Zondag 14 t/m  woensdag 25 oktober

POKHARA

Een stad in de Himalaya, gelegen aan een prachtig meer tussen de bergen. Zeer populair bij de toeristen. Er heerst een rustige sfeer er zijn veel hotels, restaurantjes en winkeltjes. Een verademing, na het drukke India. Er worden hier veel trekkings, met gidsen, in de bergen gemaakt. Men kan hier raften en kanovaren.

AnapuraAnapura 2Waar wij staan, zien we net de top van de besneeuwde Annapurna. Als we de rest van de besneeuwde toppen van de Himalaya willen zien, moeten we een bergrug over. Het mooiste om dit alles te bekijken is bij zonsopkomst, wat we natuurlijk gedaan hebben. ’s Morgens om 05.30 uur met een taxi omhoog, samen met Heidi en Olaf. Adembenemend mooi. Wat een rust, wat en uitzicht.

eten 2Verder hebben we in Pokhara vakantie gehouden. Ja mensen we waren er aan toe. Klinkt raar maar het is echt zo, reizen is hard werken, maar wel erg leuk. We genieten van de natuur, wandelen en fietsen rond. Struinen de winkeltjes en natuurlijk niet te vergeten de restaurantjes af. Heerlijk kun je hier eten. Er wordt in “Moggy” niet gekookt. Omdat we nog steeds behoorlijk wat gewicht kwijt zijn, hebben we hier ook weer kleding gekocht. Leuk, hebben we van alle landen wat. Als we zo rond slenteren, zien we in diverse winkeltjes fantastisch mooie sieraden, bewerkt met kleurrijke stenen. Vooral die met een prachtige kleur blauw en dan dat zilver. Prachtig. Kopen of niet ?? We hebben het niet gedaan en hebben er achteraf spijt van, vooral die ene hele mooie grote schelp bewerkt met kunstig zilverwerk en prachtig gekleurde stenen. Jammer. Elke dag komen er wel mensen een babbeltje maken, overlanders van alle nationaliteiten die hier ook komen staan en toeristen die ons zien, nieuwsgierig zijn en komen vragen. We komen tijd te kort, de dagen vliegen. De temperatuur is overdag gemiddeld 25 graden, ’s nachts koelt het tot 15 graden af.

Omdat het hier geen officiële camping meer is, komt hier ook de lokale bevolking en hebben heel wat kijkers per dag, nu we er wat langer staan wordt het minder. Dan kindertjes, veel kindertjes. Eerst eet er een kindje mee, dan twee en zo heb je er drie aan je ontbijttafel en ’s avonds een grote pan macaroni op tafel (toch zelf gekookt.) Als dan de volgende dag vijf kindjes + een oom aan willen  schuiven wordt het ons toch wat te gortig. Vriendelijk hebben we uitgelegd dat we nu drie dagen prima vinden, maar dat het nu genoeg is, ze zijn heel lief, maar we nu rust willen. De volgende dag  zwaaien we vriendelijk naar elkaar, maar het de hele dag om ons heen hangen is gelukkig voorbij. De nieuwkomers zijn nu aan de beurt. Mooi zo. De wekker hoeven we hier niet te zetten. Elke morgen op 07.00 uur komt hier een groep dames oefenen in volleybal. Rond 08.00 uur wordt er door de jongeren gevoetbald en diverse malen hebben we tijdens ons ontbijt kunnen genieten van de pogingen om te leren fietsen van een groep monniken.

Verder kom je ogen te kort.

Dan komen de buffels en koeien voorbij. Hun uitwerpselen worden opgeruimd door vrouwtjes, die het met hun blote handen oprapen en in manden doen, het laten drogen en als brandstof gebruiken. Diverse honden komen regelmatig op bezoek en liggen dan bij of onder “Moggy”. Eten willen ze niet eens, de honden worden hier goed behandeld. Regelmatig komen er roofvogels overvliegen, Kees heeft er eens zestien geteld. Kraaien in overvloed, reigers, kwikstaartjes, zwaluwen, papagaaien en niet te vergeten de grote King-fisher.

Vanaf de berg komen er regelmatig paraglyders en parachutisten over vliegen, die vlakbij landen. Eenmaal zelfs op de camping.

Op het water, de hele dag kleine bootjes met vissers en mensen die de algen uit het meer halen. Rechts van ons komen ’s morgens de vrouwen zich wassen in het meer, heel knap onder een dunne doek, zodat je niets bloot ziet. Iets verderop wordt dan weer de was gedaan. Een zo andere wereld.

Onze was wordt gedaan, niet met de hand in het meer, maar bij een wasserette. ’s Morgens brengen, ’s avonds klaar.

We hebben hier behoorlijk wat afgefietst. Als de weg te stijl nemen we een taxi.  Zo ook naar de Stupa die we vanaf de camping zien liggen. Het is wel een erg steile weg, zegt de chauffeur, maar hij wil het wel doen. Zijn Toyota kan het wel, de andere taxi’s niet. volgens zijn eigen zegge. Niet dus, bijna boven wordt het voor de Toyota toch te zwaar, moeten we uitstappen en duwen. Ja, dat doe je dan gewoon, toch ??? Ik moet zeggen dan de weg ook wel erg slecht was. Daar wagen we onze Moggy niet aan. Eenmaal boven was het uitzicht weer erg mooi.

We hebben echt genoten in Pokhara. Inmiddels afscheid genomen van de andere overlanders die al vertrokken zijn. Ook van Frank en Martine uit Nederland. Dit stelletje zullen we beslist nog wel eens ontmoeten.

Dan wordt het tijd om verder te trekken, of blijven we nog even. Nee we gaan verder. Eerst nog water halen bij de kleine prive camping Green Grass of Home, waar Heidi en Olaf stonden. Daar kunnen we tegen betaling bergwater vullen. Langzaam maar het komt. Het duurt een uurtje voordat we 300 ltr. water getankt hebben. In de tijd dat we moeten wachten, maken we een gezellig babbeltje met de eigenaresse. Als we het over de “Nepalese vlecht” hebben, schiet ze weg en komt terug met een rode “vlecht”.  Deze wordt in je eigen haar meegevlochten. Ze laat me zien hoe je het moet doen en geeft deze vlecht geschenk.

Donderdag 26 oktober

Op naar Kathmandu, 200 kilometer verder. De weg er naartoe mooi, door dorpjes dan weer een smalle weg door de bergen, soms kronkelig dan weer steil. Als we Kathmandu binnen rijden is het weer even wennen aan het drukke verkeer. Gelukkig hebben we van een Frans echtpaar op de camping in Pokhara een beschrijving gekregen van een parkeerplaats. Dit parkeerterrein is van de  “Nationale Scouting Nepal“. Dit ligt tegenover het Royal Palace mooi aan de rand van de stad, redelijk rustig. Coördinaten N 27.43.03.5 – E 085.18.58.7. Van hieruit kun je op de fiets heel wat bekijken. Dat hebben we dus gedaan.

Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. De grootste stad van het land. Een stad met veel cultuur en historie, honderden Tempels en Paleizen gebouwd en weer herbouwd. Dan Patan de tweede grootste stad en op de derde plaats Bhaktapur. Liggend in een vallei vele dorpjes, alsof de tijd heeft stil gestaan met elk dorp zijn eigen sfeer.

Vrijdag 27 oktober

Tempels in Kathmandu bekeken. In de stad zelf is het zo druk, dat we met de fiets aan de hand de wandelingen 1-2–3 maken, zoals beschreven in de Lonely Planet. Wat een tempels, héél, véél. Tussen de huizen en winkels ingebouwd. Grote, kleine, mooie, lelijke, goed verzorgde en verwaarloosde en wat een toeristen, maar goed, hier doen we zelf ook aan mee. Kees blijft filmen en fotograferen. Dat wordt straks shiften Kees.   

Zaterdag 28 oktober

Pashupatinath 5 kilometer fietsen van Kathmandu. Een van de meest belangrijke Hindu tempels liggend aan de Bagmati rivier. Als we er aan komen wordt ons verteld dat we de fietsen vlug moeten wegzetten en naar de rivier moeten gaan. Elk moment, kan de crematie aan de rivier beginnen. Als we aan de rivier komen staan we toevallig een paar meter bij de crematie vandaan. Oei, is dat even heftig, zo dichtbij had ik niet verwacht. De familie neemt afscheid van de overledene, die reeds in doeken op de brandstapel ligt. Dan schrik ik toch even. De doeken worden van het gezicht weggehaald. Jeetje, dat is nog een jonge man, dan wordt er een met brandbare vloeistof doordrenkte doek in zijn mond gestopt en als eerste aangestookt dan de rest van het lichaam. Hoge vlammen. Dat is even slikken. Niet alleen bij mij, maar bij veel toeristen is de emotie van het gezicht af te lezen en ik zie tranen. Men vertelt ons dat het lichaam ongeveer 13 uren zal branden voordat het lichaam zover weg is dat de as in de rivier gestrooid  kan worden. Dan is het andere lichaam aan de beurt. Mooi ingepakt met doeken, een rode kleurstof en veel oranje bloemen (het lijken wel Afrikaantjes zoals wij ze kennen) wordt het lichaam door de familie drie maal rond de brandstapel gedragen afscheid genomen en begint ook hier de ceremonie als eerder beschreven. Dat we dit mee hebben mogen maken, heeft veel indruk op ons gemaakt. Met toestemming van de Familie heeft Kees foto’s gemaakt. Heftig !!

Dan merk je dat het leven gewoon door gaat. Als je nog helemaal onder de indruk de brug over de rivier oversteekt, worden er al weer de nodige souvenirs aangeboden. Yes, life goes on. Dan zegt Kees: “Kijk hoe hard het leven is”. In de rivier verderop zijn jongens spulletjes uit het water aan het halen van de overledenen o.a. gouden gebit-vullingen en sieraden. Daar moeten we wel even van slikken.

Je ziet doeken, spulletjes, bloemen en kaarsjes drijven. Dan zie ik tot mijn verbazing dat er zelfs mensen uit de rivier drinken en zich met het water besprenkelen.  Als we dan de rest van de tempels gaan bekijken, valt onze mond open. Een grote trap omhoog met links en rechts niets dan tempeltjes en nog eens tempeltjes. Allemaal in de naam van de godin SHIVA, druk bezocht door honderden aapjes.

In de middag rijden we door naar de BODHNATH Stupa.  Men weet niet hoe oud deze Stupa is maar men vermoed uit de 14e eeuw. Eromheen is een mooi plein met winkeltjes en restaurantjes. Er hangt hier een rustige sfeer en er wordt niet zo aangedrongen op het kopen van souvenirs. Boven op een Roof-top restaurant eten we onder het bijzondere mooie uitzicht op de Stupa een lekkere vegetarische burger met een bananen milkshake.

Dan zien we een dame lopen. Ze valt op door haar koninklijke houding, haar kleding en de prachtige sieraden. Volgens mij kan het niet anders zijn, dat dat het een prinses is (???) Kees maakt foto’s, wat de vrouw wel leuk vindt maar de man minder. Kijk maar eens naar de prachtige blauwe kleur van de sieraden.

Als we naar huis fietsen, zijn we nog stil, wat was dit een imposante dag.

Zondag 29 oktober

Bhaktapur (13 kilometer) was behoorlijk heuvel op en heuvel af. Weer een stad, waar de tijd heeft stil gestaan. We parkeren de fietsen en slenteren het stadje door. Als we dan weer op een Roof-top restaurant eten, hebben we een mooi uitzicht op de stad en zien overal tussen de huizen en op de platte daken waar plaats is, vrouwen het graan heen en weer harken om te drogen in de zon. Dit was weer een mooie dag. De weg terug met de fiets was zwaar, iets te overmoedig. De 13 kilometer heuvel op moest ik regelmatig afstappen en lopen, ondanks mijn mountain-bick met 26 versnellingen. Heuvel af, ging dan weer zo hard dat ik soms bang was, dat ik de fiets niet onder controle kon houden en te hard remmen gaat ook niet, dan gaan we over de kop. Jeetje wat ging dat hard. Maar goed, weer veilig en zonder kleerscheuren op de camping terug. Kletsnat van het zweten, dus maar vlug even onder de douche. Heerlijk.

Maandag 30 oktober

SWAYAMBHUNATH Stupa. Vandaag alleen de Stupa bekeken. Het dorpje erbij stelde niet veel voor. Een hoge steile trap leidt je naar de Stupa. Deze Stupa is niet zo groot, maar je kunt er omheen het een en ander bekijken. Trap op trap af, tempeltje hier, tempeltje daar. Weer veel aapjes.

Dinsdag 31 Oktober

Patan is een van de laatste plaatsen die we gaan bezichtigen. We worden een beetje tempel-moe. Toch moeten we toegeven, dat het weer zeer bijzonder is. De Gouden Tempel is zeker de moeite waard om te bekijken. Dan de vele tempels op het grote plein. Alles weer even indrukwekkend.

Gelukkig hebben we alles op de fiets kunnen doen. Het verkeer in Kathmandu is zo druk, dat je met een auto constant in de file zou staan. Met de fiets kun je overal tussendoor en dat hebben we al goed onder de knie als we maar niet vergeten links te rijden. Soms pakken we een rotonde verkeert om, maar goed, dan steek ik mijn arm uit, welke richting ik op ga, ook als ik rechtdoor wil. Zie je het voor je. Als een oud moeke.

Woensdag 1 t/m vrijdag 3 november

Tijdens een van de tochten op de fiets toch even bij de ambassade van Birma binnen gelopen voor informatie om eventueel toch via India, Birma binnen te rijden, om verder “Overland” Thailand binnen te kunnen rijden en niet per boot. Toevallig zijn daar twee Zwitserse stellen die met dezelfde vraag kwamen. Ze kunnen ons veel informatie geven. Het komt erop neer dat  je eerst toestemming van India moet hebben om door Noord India te mogen rijden om bij Birma de grens over te gaan. Die aanvraag moet in drievoud ingediend worden, met natuurlijk kopieën van alle nodige documenten (paspoort, carnet enz.) het zal vier tot vijf weken duren, misschien ook langer, voor je antwoord hebt !!!! Heb je de toestemming van India, dan kun je pas toestemming aan Birma vragen om het land in en weer uit te mogen. Op de vraag hoe groot de kans is voor toestemming van Birma was het antwoord: Eigenlijk weet je dat pas als je aan de grens staan, maar de meeste kans maak je als je met meerdere voertuigen bent.  Oei, dat is wel erg vaag. We gaan het verder uitzoeken en dat is maar goed ook.

We krijgen te horen dat alles in principe te regelen valt, als je maar betaald en we met 5 auto’s samen kunnen rijden met een gids. Ja en wie neemt die gids in zijn auto ??

Er is alleen een maar …… als we Birma weer uit gaan, komen we door een gebergte waar wij buitenlanders niet mogen rijden. Nee, echt niet er zijn veel bandieten in de bergen. Er is een mogelijke oplossing als wij het daar mee eens zijn. Wij geven onze sleutels aan een local driver, die kennen de mensen (en bandieten) uit de bergen. Zij rijden dan de auto’s door de bergen. Wij (de personen van de in totaal 5 auto’s) kunnen dan met een vliegtuigje over deze bergen naar de grens vliegen (1/2 uurtje vliegen) en daar de auto’s opwachten (2 dagen) tot deze aankomen. Een keer raden !!!! Echt niet. Jammer dus.

Dan willen we toch ook een aandenken uit Katmandu hebben en besluiten toch een “Mandala” te kopen. De levensgeschiedenis van Boeddha, heel fijn en kunstig geschilderd in een cirkel op stof.  Een mooi aandenken voor later van een drukke maar interessante stad Kathmandu.

Zaterdag 4 november

Vandaag gaan we achter gas aan. De lege fles gaat achter op de fiets. Hier in Katmandu zou een vulstation van Nepal Gas zijn, ja ze wisten het zeker.  Twee uren op de fiets voor nop gereden. Ok, het was een mooie weg maar we hadden toch liever gas gehad. We horen dat het in India gemakkelijker is, dus dan proberen we het daar als we weer in India zijn.

’s Avonds afscheid genomen van hondje “Happy”. Waarom die naam. Het was zo’n “Happy” hondje, kwam elke dag kwispelend aanlopen voor wat lekkers en een knuffel en als we hem in de stad zagen, altijd “Happy”, vandaar.

Zondag 5 november

Het is nog koud, 8 graden als we vertrekken, dus lange broek en trui aan. Dat zijn we niet meer gewend. Kees is behoorlijk verkouden, hopelijk wordt hij niet ziek.

Dan onderweg zien en ruiken we een vulstation voor gasflessen tussen Butwal en Bhaira Coördinaten N 27.33.51.9 – E 083.28.000. Voor de prijs hoeven we niet  iet te laten 1,00  € per kilo. We laten de twee grote fles vullen. Zo, voorlopig kunnen we weer vooruit. Voor reserve hebben we altijd nog ons kleine blauwe flesje, waar ik dan ook buiten mee kook, als ik uberhaupt kook.

Later in de middag komen we aan in Souhara, een leuk, rustig dorp met veel toeristen maar niet te druk. Komen aan de rivier bij een restaurantje Mama Mia te staan, zetten “Moggy” netjes neer en bestellen dan een lekker koud pilsje en een PATATJE OORLOG, ja, zo stond het echt aangegeven, hmmm – jammie.

Aan de rivier mogen we bij het restaurantje Mama Mia blijven staan. Prachtig. Coördinaten  N 27.34.32.4  E 084.29.38.1.

Niet alleen kunnen we hier heerlijk eten en drinken, maar hebben een prachtig uitzicht op de rivier. Iedere ochtend rond 10.00 uur komen de olifanten hier om gewassen te worden en natuurlijk ook een beetje voor de toeristen. Die mogen dan, uiteraard tegen betaling, op de olifanten zitten en ze mee wassen. Om een uur of 12.00 zijn ze daar mee klaar en wordt het weer rustig op ons strandje.

De olifanten lopen zo langs “Moggy” en ik geef ze zelfs een banaan vanuit het raam

Jeetje, wat een kanjers, de grootste olifant is bijna even groot als “Moggy”. Heerlijk relaxed,  prachtige zonsondergang. De vissers varen rustig met hun boten over de rivier.

Dan springt er weer een vis uit het water of vliegen er Siberische ganzen over, die hier overwinteren, prachtige grote gekleurde vlinders, ook weer de Kingfisher.  Prachtig is het hier, geen muggen rond deze tijd, helaas wel vliegen, maar dat is te hebben. Ook hier zijn weer veel honden, die we regelmatig brood geven. Bij het restaurant hoort hondje “Daisy” een grappig klein hondje wat net zwanger gemaakt is, dus nog lekker ruikt voor de vele mannetjes honden die nog “op bezoek komen”als je snapt wat ik bedoel. Op een avond sta ik op uit mijn stoel en heb niet gezien dat “Daisy” achter me ligt, dus ik val, paniek, kom boven op “Daisy” terecht die nog harder begint te gillen. Gelukkig is het met “Daisy” goed afgelopen. Ik heb drie weken last gehad van een lichte kneuzing of iets van die aard, links van mijn ribbenkast. Was niet leuk, kon soms moeilijk ademhalen en werd ’s nachts wakker van de pijn. Verder alles goed. Hopelijk met Daisy ook.

Maandag 6 november

 Rustdag.

Dinsdag 7 november

Vandaag gaan we met Dipak en Man, twee gidsen een “Jungletocht” maken. We beginnen met een kanotocht van een uurtje in de mist, wat wel een speciaal effect gaf, over de rivier en stappen dan aan land. Er wordt in de folders natuurlijk van alles beloofd, wat je te zien krijgt aan dieren. We begrijpen natuurlijk ook wel, dat je de natuur niet kunt dwingen zich te laten zien, maar we hebben wel erg weinig beesten gezien en het was ook niet echt in de jungle. Apen waren er volop, een paar reetjes, een wild zwijntje, vogels en ja, we hebben wel de sporen van een tijger gezien en aan zijn uitwerpselen kunnen ruiken. Spannend? Nee, niet echt!

Woensdag 8 november

Beetje relaxen, wat rondfietsen in de dorpen, alsof het 100 jaar terug is. Bij ons in Eindhoven ga je naar het Pre-historische Museum, hier leven ze nog echt zo. Je moet dit zelf gezien hebben anders geloof je het niet. Bamboe hutjes, waterputten, vuurplaatsen de kippen, koeien en zwijntjes lopen vrij rond. De zwijntjes zijn er niet voor niets. Ze ruimen alles op wat maar enigszins eetbaar is. Plassen en poepen wordt hier door iedereen gewoon in het openbaar gedaan, legt iemand een “warme boodschap” neer, komen de zwijntjes al aanrennen. Jammie!! Ik hoef hier geen zwijnenvlees meer.

Donderdag 9 november

In de namiddag vertrekken we om 14.00 uur voor een twee daagse Jungle-tocht. Deze twee dagen hebben we de eerste dag dat we hier aankwamen geboekt.

We hebben een beetje onze twijfels n.a.v. onze vorige tocht, maar ach, we zien wel wat het wordt en we hebben al betaald. Fout !! Als we vertrekken komt er in eerste instantie een andere gids. Dipak is verkouden en voelt zich niet goed. Een collega vervangt hem, hij heeft een moeilijke naam, wij noemen hem Mr. Rijstwijn (niet moeilijk te raden waarom) Ok, verder een aardige man. Als we vertrekken, nemen we “Moggy” mee, daar zijn we niet blij mee. Het was afgesproken, dat we met hun jeep zouden gaan maar om de een of andere reden was die niet beschikbaar. Wij balen, want het gaat over smalle paden waar “Moggy” maar net door kan. Omdat we met vier personen zijn, moet ik het bed afhalen voor zitplaats en moet “Moggy” rijklaar maken. Ik baal behoorlijk. “Mr. Rijstwijn”en ik gaan achterin, Man, de andere gids zal Kees de weg wijzen, het is niet zo ver, 30 km., maar de weg is zo slecht dat we er twee uren over gedaan hebben.  Eenmaal op de plaats  aangekomen is het toch wel mooi en fijn om in ons eigen bedje te liggen. Coördinaten N 27.34.35.4 – E 084.21.35.7

Vrijdag 10 november

Als we die ochtend vertrekken haakt ook Man af. Hij heeft telefoon gehad dat zijn vrouw ziek is en hij moet naar huis ??? !!!  Daar komt dus de tweede vervangende gids. We noemen hem Guide, aardige knul die goed engels spreekt. Als we dan eindelijk vertrekken met de kano de rivier over, moeten we aan de overkant de schipper betalen. Ik dacht het niet, alles is inclusief, behalve eten en drinken. We kunnen het niet bewijzen omdat het afschrift van de bon in “Moggy” ligt. Kees weigert te betalen en dan betalen de gidsen de overtocht, ze kunnen het later terugvragen bij de organisatie. Ze maken er verder ook niet zo’n punt van.

Dan volgt er een toch zwaardere tocht dan dat we ingeschat hadden, anders gezegd men heeft ons, vinden wij niet voldoende voorgelicht. Jungle hebben we niet veel gezien. Alleen een breed zandpad, waar ook jeeps en bussen reden, die we van ver horen aankomen, dus… daaag, geen wilde dieren. We hebben in de verte een neushoorn gezien, wat hertjes, wilde zwijnen, apen, vogels, wat vlinders en dat was het wel. Wel inderdaad weer sporen van een tijger. De tocht was 20km. echt te lang met een temperatuur rond de 30 graden. Als het tegen de avond loopt maak ik de opmerking: “We zijn bekaf, maar dadelijk lekker onder de douche en misschien wel een lekkere massage”. Dan zie ik Rijstwijn en Guide elkaar aankijken en zegt Guide. Je moet niet een echt hotel verwachten, we slapen bij locals. Ok, hoeft geen probleem te zijn. Ik had beter moeten weten. Eerst moeten we met een buffelwagen een brede rivier oversteken. Hetzelfde probleem, we moeten weer betalen. Guide betaald en zegt, als op jullie bon staat dat alles inclusief is, no problem. Tussen twee haakjes, wij hebben 600 Roepies voor de twee overtochten betaald, Guide 80 Roepies ?????

Als we uiteindelijk bij de slaapplaats aankomen, wacht ons een onaangename verrassing. Een muf hutje, wat nog snel “schoon” gemaakt moet worden, geen douche en een vieze buitentoilet. Bij het boeken van deze tocht, heb ik aan Dipak gevraagd of de bedden een beetje goed waren en of ik handdoeken mee moest nemen. Nee, de matrassen waren lekker dik en zacht en alles was daar. Ik hoefde niets mee te nemen. Nu snap ik waarom, er was niet eens een douche. Op het bed lag een flinterdun matje op een houten plank. Guide zag wel dat we zeer teleurgesteld waren en heeft opdracht gegeven een extra “matras” op mijn bed te leggen. Dat was dus twee maal hard is kei-hard. We hebben naar een bak water gevraagd, waar we ons dan tenminste een beetje konden opfrissen. Het water  was zo bruin als thee en echt schoon, nee.

Het eten laat lang op zich wachten, maar smaakt gelukkig goed. Wij drinken er een biertje bij, het eten is eens zo duur, als dat Dipak gezegd heeft. Guide blijft aan het water en Mr. Rijstwijn doet zich erg te goed aan …… je raad het al RIJSTWIJN. Op het eind van de avond is hij zo zat als een toeter. We zijn benieuwd hoe het morgenochtend met hem gaat.

Na het eten gaan we met Guide het dorp in. Niet 100 maar 200jaar terug. Alsof je in een film loopt. We worden vriendelijk begroet en ik help nog mee rijst te dorsen. Deze wandeling maakt ons wat rustiger en we besluiten ons niet langer op te winden, te gaan slapen en morgen wel weer zien.

Als we dan bij onze hut zijn gaan we naar binnen. Hmmm, waar moet ik mijn tanden poetsen, hoe moet ik mijn lenzen schoon maken. Gelukkig hebben we nog drinkwater in onze thermosflessen. Als ik dan mijn bed opensla weet ik niet hoe snel ik het ongedierte eruit moet slaan. Jammer genoeg hebben we hiervan geen foto gemaakt. Ik wil niet flauw zijn, maar ik heb een knop omgedraaid en tegen Kees gezegd. Ik ga slapen, voor zover dat gaat, ik ga niet janken maar morgenvroeg wil ik de kortste weg terug naar “Moggy”. Daar was Kees het roerend mee eens.

Zaterdag 11 november

Dan is het eindelijk ochtend. We hebben bijna niet geslapen. Aan het ontbijt vertellen we Guide en Mr. Rijstwijn dat het ons zwaar tegenvalt en we de korte weg terug naar “Moggy”willen. Guide voelt zich behoorlijk ongelukkig en zegt dat hij dit ook niet verwacht had. We geloven hem, hij is ingevallen en komt zeer serieus over. Hij vraagt of wij onze bevindingen op papier willen zetten, zodat hij dit met de organisatie kan bespreken, met name ook met Dipak en Man de afgehaakte gidsen, die ons deze twee dagen aangeboden hebben voor te veel geld. Ok, dat zullen we zeker doen. Dan komt de rekening voor het eten en drinken ennnnnnnnn 100 Roepies extra voor de huur van de hut, dat is niet veel, maar wel tegen het zere been van Kees. Horen dat je al te veel voor de tocht betaald hebt en dan nog extra betalen voor het hutje. Nee, deze keer wordt hier niet voor betaald, ook niet door Guide. De gidsen brengen ons dan via de kortste weg terug naar “Moggy”. Toch nog vijf uren lopen. Als we dan voor de tweede maal weer de rivier oversteken en “Moggy” in de verte zien staan, zijn we blij dat we weer “thuis” zijn. Bij het avondeten alles nog eens met de beide gidsen besproken. Zij voelen zich ook niet gelukkig met deze situatie en het zal bij de organisatie besproken worden. Ok, zand erover, laten we aan de toch leuke dingen denken die we onderweg gezien hebben denken, volgende keer beter. Nu lekker slapen in ons eigen schone bedje.

Ps. Tijdens Jungle-tocht heb ik twee bloedzuigers op mijn been en een onder mijn arm opgelopen. Als je die engerds aan je hebt hangen en je moet ze los trekken, is niet leuk, ze zuigen zich gewoon door je sokken heen vast. De blauwe plekken van het zuigen heb ik nog weken gehad. Kees en Guide hadden er niet een, Mr. Rijstwijn zeker vijf.

Zondag 12 t/m maandag 13 november

Op ons stekkie gaan we een paar dagen lekker niets doen, alleen bijkomen, eten, drinken en genieten.

Nu komt het mooiste. Als Kees en ik ’s morgens opstaan, is er bij de rivier onrust. Er staan mensen te kijken en te praten. In het zand staan poot afdrukken van twee neushoorns en van een tijger, voor onze “Moggy” waar wij rustig in lagen te slapen. Het schijnt dat de twee neushoorn hier vlakbij gevochten hebben. Het enige wat wij gezien hebben, zijn inderdaad de pootafdrukken en een berg poep van een van de neushoorns. Zo zie je maar weer, je hoeft niet altijd ver te zoeken, ze komen zo langs je raam, je moet ze alleen zien.

Toch even tussendoor de was doen in de rivier. Niet echt schoon wel fris. Ik moest er wel voor zorgen de was voor 10.00 uur klaar te hebben. Waarom ??? Dan komen de olifanten naar deze wasplaats en plassen en poepen in het water van de rivier. Dat is dan geen bul- maar olifantenshit en dat is heel veel shit.

We hebben inderdaad een brief geschreven aan de organisatie met een kopie van onze rekening. Guide is later netjes komen vertellen, dat de dingen inderdaad anders gelopen waren, dan normaal. De twee gidsen Dipak en Man hebben een waarschuwing gekregen en zijn twee dagen geschorst. Wat we te veel betaald hebben, laten we zoals het is, gewoon om het Guide niet nog moeilijker te maken. Voor hem zijn een paar Euro’s veel geld, voor ons toch gemakkelijker. We hebben Guide en Mr. Rijstwijn toch nog een persoonlijke fooi gegeven en bedankt voor hun inzet.

’s Avonds hebben we afscheid genomen van de mensen van Mama Mia en onze speciale kleine vriend Sanjiy. Deze knul van 10 jaar is een paar avonden bij ons een babbeltje komen maken, popcorn eten en cola drinken. Hij sprak goed engels en was steeds vol lof over zijn vader, die volgens zijn zeggen een groot kunstenaar was en hij wilde net zo’n grote kunstenaar worden. De kunst die beide uitoefenen is Batik. We hebben van onze vriend een klein batik schilderijtje gekocht. Bij het uitzoeken wist ik niet goed welke te kiezen. Dat had hij gezien en als afscheid gaf hij ons een kadootje. De andere batik, welke ik niet gekocht had. Jeetje, dan wil je zo’n manneke ook een kadootje terug geven, maar wat?? Geld wil hij niet, kadootjes heb je na een halfjaar reizen niet meer, het enigste wat we hem konden geven was een dikke knuffel een aantal pennen, gelukkig was hij dat ook blij mee. In ons gastenboekje heeft hij een mooie tekening gemaakt.

Dinsdag 14 november

Vertrokken naar Lumbini naar men zegt, de geboorteplaats van Boeddha.

Aan Lumbini kun je zien wat er gebeurt als de mensen te veel ingrijpen. In het verre verleden is Lumbini door oorlogen vernietigd en heeft de jungle de overhand genomen. Later is het weer opgebouwd, maar het is nooit een echte stad geworden. Nu is het een rommelige plaats met wat hotels, wat restaurantjes en heel veel souvenirwinkeltjes. De toeristen komen hier een groot aangelegd park bezoeken, ontworpen door een Japanner, waar men diverse soorten van tempels ziet. Tempels van diverse geloven staan hier gebroederlijk bij elkaar in dit park. Met de heropbouw van dit park is men begonnen in 1978. Op de dag van vandaag wordt er nog gebouwd. De opzet is, een mooi park met tempels van diverse geloven, tuinen, kanalen, waterpartijen en wat al niet meer.

Eenmaal hier aangekomen zetten we “Moggy” op een parkeerplaats, gaan eerst een pilsje drinken met wat hapjes en gaan dan met een riksja het park in om de tempels te bekijken. Op zich is het wel mooi, om al de verschillende soorten van tempels te zien, maar zoals ik al eerder in het verslag schreef, we worden een beetje Tempel-moe. Toch moet ik zeggen, dat er weer een bij was, waar we de ogen uitgekeken hebben. Natuurlijk ook hier weer de nodige foto’s ……

Als we terugkomen op de parkeerplaats is het een drukte van jewelste. Het blijkt dat alle toeristen- en lokale bussen hier voor de avond komen staan. Een kabaal en stank, nee hier kunnen we niet blijven staan. Even verderop hebben we een groot hotel met parkeerplaats gezien en gaan vragen of we er mogen staan om te overnachten. Gelukkig, de manager komt erbij, no problem, van betalen wil hij niets weten Coördinaten: N 27.28.07.2 – E 083.17.03.1

We gaan “Moggy” halen en parkeren hem hier. In de verte horen we hier nog het geroezemoes en de muziek van de parkeerplaats. We lopen ’s avonds terug richting parkeerplaats om daar in een restaurantje te eten. Als we klaar zijn met eten lopen we nog even de parkeerplaats op waar diverse winkeltjes zijn. Dan zie ik een heel jong meisje lopen, dat ik die middag ook al gezien had met een baby op de arm, van ik denk een paar dagen oud. Ze viel me die middag al op omdat ze met de baby omging alsof het een lappenpop was. Het deed me toen al pijn om dat te zien hoe het hoofdje van de baby heen en weer sloeg en totaal niet werd ondersteund en geheel appatisch was. Ik zeg tegen Kees, daar loopt dat meisje van vanmiddag met die baby, volgens mij sjouwt ze nog steeds met die baby rond! Wel nee, zegt Kees, ze heeft gewoon een doek in haar handen, maar kan het niet laten om onder de doek te kijken. Ik heb nog nooit een dergelijk uitdrukking op het gezicht van Kees gezien, de tranen springen me nog in de ogen. Daar hing inderdaad de baby, nog te uitgeput om te huilen. Kees kijkt om zich heen en vraagt in het Engels aan de vrouwen in de winkeltjes. Dit kan toch niet, het is godverdomme geen stuk speelgoed, kunnen jullie dit meisje niet opvangen. Op dat moment had Kees de baby willen pakken en zelf meenemen, of naar een ziekenhuis brengen, maar dat kan natuurlijk niet. We hebben hier in India veel armoede gezien, dit was even te veel. In “Moggy”heb ik een partijtje zitten janken. Dit is eventjes niet leuk.

Woensdag 15 november

Deze ochtend maken we een inschattingsfoutje. We hadden mooi aan wat chauffeurs, die ook op deze parkeerplaats overnachten, kunnen vragen welke weg we het beste konden nemen naar de grensovergang Sanoulu. We waren zo zeker dat we de goede kant op gingen. Dan wordt de weg steeds smaller en slechter, bijna geen verkeer meer en dan komen we aan een dorpje met een kleine grensovergang. STOP, hier mag u niet over, U moet naar de grote grensovergang in Sanoulu, hier kunnen wij u niet helpen. SHIT, terug naar het Hotel. Vandaaruit de goede weg genomen en 35 km. verder kwamen we bij de goede grensovergang. Druk, druk druk, vol, vol, vol maar toch waren we een half uurtje later Nepal uit en India weer in. Op richting Varanasi.

Bye, bye NEPAL.

 

Op deze plaats komt Feesboek ???