Reisverslag 9 Maleisie

Familie in grot

Maleisie

In het reisverslag van Maleisië verander ik even van schrijfstijl. Niet per dag maar een opsomming van diverse punten. Waarom ??  Maleisië is in onze ogen een hele grote moderne jungle, waar weer van alles te krijgen is, prachtige winkels, huizen en straten en zeer vriendelijke mensen. Voor de toeristische bezienswaardigheden een stuk minder interessant, we reizen er vrij snel doorheen. Maar goed, lees het volgende en we hopen dat het jullie toch blijft boeien. Vergeet niet, dat wat we schrijven, onze beleving is. Misschien zien andere mensen het soms wel anders. Het boek Lonely Planet in ieder geval wel. We zijn soms verbaasd over hetgeen zij schrijven, in onze beleving klopt het niet allemaal.

Zaterdag 17 februari t/m 4 maart

Dat was 3 ½ uurtjes vliegen. Met het tijdsverschil landen we om 04.00 uur plaatselijke tijd.

In vliegtuig alles prima verzorgd. Als we in Kuala Lumpur aankomen is het werkelijk een cultuurshock. Nu is de vluchthaven van Kuala Lumpur de modernste haven van de wereld. Niet te geloven, hier is Amsterdam niets bij. We gaan langs de douane, hebben weer totaal geen controle, het omwisselen van de bagage was dus helemaal niet nodig geweest, de paspoorten worden netjes afgestempeld en automatisch krijgen we een visum voor 3 maanden. We kunnen wat gaan eten. Heerlijk een Hamburger met friet, dat is lang geleden.

I.v.m. het Chinese Nieuwjaar dat van zondag t/m dinsdag plaats vindt, gaan we naar een balie om alvast een hotel te reserveren. Het wordt Hotel Malaya, midden in China-Town. Hup, in de taxi. We zijn benieuwd wat we aantreffen. Nou, dat is niet mis. Een prachtig hotel, mooi ingericht een heerlijk ligbad, toilet, TV, airco en prima service inclusief ontbijt. Wat een ander leventje, hier gaan we zeker van genieten in de tijd die we hier hebben en op “Moggy” moeten wachten. Als het goed is komt “Moggy” 23 februari aan.

Van het Chinese Nieuwjaar hebben we meer last dan plezier. We hadden veel vuurwerk verwacht. Niets dus. Wel was alles prachtig versiert in de stad. Helaas toen we de grote warenhuizen wilden bezoeken was 90% van de winkels gesloten i.v.m. het Chinese Nieuwjaar. We zijn wel de “Twin-Towers” van Kuala-Lumpur gaan bekijken. Indrukwekkend. Vroeg op, lang in de rij staan voor 14 minuten op de Twin-Towers te mogen. Was toch wel de moeite waard.

Verder veel rondgelopen, bekeken, terrasjes gepikt en lekker gegeten. Plotseling zien we daar een bekent gezicht. Dirk uit België. De jonge man die we reeds twee maal tegen gekomen zijn in Turkije op de Iranese Ambassade in Ankara daarna in Nemrut waar we nog foto’s van elkaar genomen hebben. Met Dirk is het minder prettig verlopen. Hij heeft laten we zeggen, pech gehad. Op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats en heeft minder prettige dingen meegemaakt, waar we verder niet over willen uitbreiden, maar hij heeft zijn vrachtwagen (Romantica) met aanhanger verkocht en gaat nu back-pack verder en probeert ergens een restaurantje te openen. We zijn benieuwt of we hem nog eens zullen ontmoeten. Samen een pilsje gedronken en heel wat afgebabbeld. Dirk als je dit leest, het ga je verder goed en hou je taai !!!

Het wordt tijd om voor het visum van Thailand te zorgen. De Thaise Ambassade was maandag en dinsdag gesloten dus dat wordt kort dag. We gaan woensdag ochtend zeer tijdig naar de Ambassade omdat we veel drukte verwachten. Inderdaad, er staat al een hele lange rij, in de gloeiende zon. Normaliter komen er ongeveer 10 aanvragen per dag binnen, hoorden we van de bewaker. Wij waren nummer 88. Bij 150 stoppen ze de inschrijving en moet de rest morgen terug komen. Foei, foei, dat was afzien. Ik ben in de schaduw gaan zitten en Kees de lieve schat heeft daar staan afzien. Ja, je moet er iets voor over hebben. Eenmaal binnen was alles zo gepiept. Nummertje trekken, papieren invullen, pasfoto erbij, betalen, morgen ophalen.

In Kuala Lumpur hebben we alles met de Rail-Way of de gewone trein gedaan. Ook wel leuk om op deze manier te reizen. Je moet wel goed opletten welke route je moet hebben. De Rail-Way werk eigenlijk als de metro maar, up in the sky,  gaat razendsnel en zonder machinist, alles computer gestuurd. Natuurlijk moeten we in de stad ook Internetten.

Donderdagmorgen boeken we uit in het Hotel en rijden met een taxi naar de ambassade. Dezelfde massa mensen komt natuurlijk vandaag ook hun papieren ophalen. Inderdaad, gelukkig valt de rij mee en vertrekken we met onze papieren en rugzakken met de trein naar de havenstad Port Klang. Het is nog een uur in de trein maar dan komen we aan. We hebben de naam van een Hotel Christal Crown opgevangen en denken daar naar toe te gaan. Als we bij het treinstation nog een kleinigheidje eten, vragen we daar aan een man of hij het Christal Crown Hotel kent. Ja, een goed hotel. Mooi, daar gaan we dan heen.

Wauw, luxer dan het hotel in China Town en ook nog goedkoper. Nog even verder genieten van de airco op de kamer. Het is werkelijk  hot, hot, hot. Het wachten is nog steeds op “Moggy”, die zes dagen op de zee rondvaart. Morgen kunnen we bellen of het schip de Tiger Shark goed in de haven is aangekomen. Best spannend. We gaan nu op zoek naar een maatschappij, die “Moggy” van de Flat Rack af kan halen, ook weer via een  Ramp (op/af-rit).  Een kraan zet “Moggy” inclusief Flat Rack vanaf het schip op de kade en dat is einde verhaal voor de Maatschappij in  Chennai (Madras). Interfreight Services PVT Ltd. Met dank aan de goede service van Mr. Prasanna Kumar.

Nu moet een andere Maatschappij in Kuala Lumpur regelen dat “Moggy” van de Flat Rack afkomt, de douane paparassen  en toestemming om de haven uit te rijden verzorgd, uiteraard weer tegen betaling. Als we rondlopen zien we de Maatschappij die we op het oog hadden. Het rolluik reeds half gesloten. Helaas, zij doen dit niet meer, maar hij kan ons wel het adres van een andere  Maatschappij geven, die het overgenomen heeft niet ver hiervandaan. Ook deze Maatschappij is net gesloten, maar zijn zo vriendelijk ons aan te horen, ja, ze kunnen ons helpen. We kunnen morgenochtend langs komen. Als we ons vrijdagochtend melden, blijkt dat deze Maatschappij te groot is voor ons, particulieren en hij verwijst ons door naar een vriend van hem die ons wel kan helpen. We krijgen Mr. Thomas aan de lijn.

Die vraagt ons even hier te wachten, iemand van zijn personeel komt ons ophalen. Eenmaal in zijn kantoor (heerlijk airco) is het toch allemaal niet zo gemakkelijk. Wat een bureaucratie. We krijgen hier via de computer te horen  dat de Tyger Shark veilig in de haven ligt en “Moggy” reeds op de kade staat. Een jongen rijdt dan tig keer op en neer met dan dit papier, dan weer dat papier. Nee het kan  niet allemaal tegelijkertijd. Eerst moet het ene gestempeld zijn en voorzien van een handtekening van Kees, dan kan het volgende document pas afgehandeld worden. Zodoende zitten we praktisch de hele dag op het kantoor en kunnen we niet genieten van onze hotelkamer met, ja je leest het goed, een zwembad op de 6e verdieping eventueel met massage.

Het klinkt raar, maar we hebben hier geen tijd voor kunnen maken, zoveel was er te regelen. Eenmaal terug in het hotel waren we te moe om nog te zwemmen, we wilden alleen maar slapen, slapen, slapen. De hitte kilt je. Het is ook warm, de mensen hier klagen ook, het is warm voor de tijd van het jaar.

Zaterdag 24 februari is het dan zover.  We kunnen “Moggy” ophalen. Gatsie, we zijn best een beetje nerveus. We weten helemaal nog niet of “Moggy” de reis, zonder schade heeft volbracht en of het de mensen in de haven lukt om ook hier weer iets op te bouwen om “Moggy” van de Flat-Rack te krijgen.

We worden weer netjes door de Maatschappij bij het Hotel opgehaald en rijden naar de haven van Port Klang. Om 10.45 uur rijden we de haven binnen. JAAAAAAAAAAA, daar staat hij, zo te zien zonder schade. Achteraf heeft hij een paar schaafwondjes en de beschermkap van het zonnescherm is ingedeukt. Goed, niet de moeite waard. Weer kost het veel tijd om de laatste stempels van de douane te krijgen. Eindelijk, nadat er eerst nog pauze is en wij ook een hapje eten, gaat het sein op groen en kunnen we “Moggy” werkelijk aanraken. Dan is er toch nog even, what to do, met het afrijden van de Flat-Rack. Ook hier houten pallets van sinaasappelkistjeshout en ijzer maar het ziet er niet zo stevig uit en Kees weigert eraf te rijden. Dan wordt er meer ijzer en houten palen tussen de pallets geschoven, langzaam komt “Moggy” van de Flat Rack af.

 Om 14.45 uur rijden we Port Klang uit met kilometerstand 150.257 op de teller. (22.000 km gereden).

Bij het eerste tankstation Diesel tanken. Maleisië is goedkoper dan India. Wat een genot om hier te rijden. Omdat het al wat later is rijden we maar 80 km. verder waar we de Buta Caves kunnen bezoeken. (Coördinaten: N 03.14.14.5 – E 101.40.57.7). Eenmaal daar kunnen we, na toestemming, op een grote parkeerplaats staan. Gelukkig kunnen we wat achteraf staan i.v.m. de drukte. Jeetje wat is het hier weer toeristisch. Goed, we gaan eerst wat eten, morgen de Caves bekijken. Als het donker is gaat Kees toch wat foto’s maken. Prachtig.

Als we de volgende dag de Caves gaan bekijken zien we dat het zeker de moeite waard is. We moeten wel 272 treden omhoog lopen. We zien diverse mensen, voornamelijk kinderen met kaal geschoren hoofden met een geel goedje ingesmeerd. Bij navraag blijkt dit uit dank naar de goden is om te bedanken voor hun eerste–tweede of meerdere kinderen. Willen ze geen kinderen meer stoppen ze met dit ritueel. Of dat helpt, ik denk het niet !!!

 Als we dit moois gezien hebben gaan we verder richting Kuala Tembeling. We denken in een park te komen, dat is ook zo maar we hebben een afslag te vroeg genomen. Als ons de afstand te lang lijkt en we vier behoorlijke hellingen gehad hebben besluiten we op een leuke plaats in een dorpje te stoppen. Het wordt al later en willen morgen verder zien. We staan mooi langs een splitsing van de rivier. Het water is bruin en er liggen diverse hutten en boten op het water. Aan de andere kant van het water ligt de jungle. Of we daar morgen in gaan? Nee, we gaan deze jungle niet bekijken, het is 2 uur heen en 3 uur terug varen in een bootje, dat in deze hitte. Van locals horen we dat het zien van de dieren in de jungle best tegen valt. Je moet geluk hebben.

Als we willen vertrekken blijkt “Moggy” weer zeer veel lucht in de dieselleiding te hebben. Het wordt nu echt problematisch. “Moggy” wil niet meer. Kees duikt voor de zoveelste keer onder de motorkap, pompt zich een blaar op de duim, om de lucht eruit te pompen, vloekt een paar keer flink omdat het deze keer niet lukt. Dan ziet hij plotseling dat een klemmetje om het slangetje van de startonderbreker niet goed aangedraaid is. BINGO !!! Dit is het probleem wat al enige tijd speelt. Het klemmetje is dolgedraaid en sluit niet goed af. Daar zit de boosdoener, hier  komt steeds de lucht door naar binnen. We hebben diverse klemmetjes, maar natuurlijk niet de goede maat. Kees besluit de startonderbreker er tussenuit te halen en een rechtstreekse verbinding te maken. Later blijkt dat het luchtprobleem hiermee inderdaad is opgelost. Hadden we dit maar eerder gezien. Zoveel ellende, van zo een klein (kut)-klemmetje.

We besluiten verder naar het oosten te rijden om daar de kustweg omhoog te rijden, we hebben gehoord dat deze stranden mooier zijn dan de west kant. We overnachten op diverse strandjes maar helaas zijn deze niet zo mooi als gehoord en beschreven in de Lonely Planet, zoals ik reeds aanhaalde in de kop van dit verslag.

Chenatang Beach: Rommelig, veel afval daarom zeer veel vliegen.

Dungun – Tanjun Jara: Trieste uitstraling – veel lawaai van de branding wel iets frisser.

Dan komen we in een vissersdorp Merang (Coördinaten N 05.32.16.7 – E 102.56.43.8) in een haventje terecht. In eerste instantie een leuke plek, achteraf niet zo. Veel lawaai van de boten en hun generatoren. We besluiten iets verder op de kade te gaan staan. Niet echt een gezellige plaats, maar wel meer wind en rust. Als dan een paar jongens komen vissen hebben we ook nog wat te kijken. De vangst is niet slecht, als ze een redelijk grote rog naar boven halen, breken ze meteen en pin bij zijn staart af. Ja, dat kan gevaarlijk zijn, kijk maar naar Crocodil Hunter. Die is toch maar overleden aan een steek door zijn hart van zo’n vis.

Als we de volgende dag bij een strand komen met de prachtige naam: The Seven  Lagoon Beach, valt dit ook weer tegen. Vies, stank, veel afval hout, toch nog veel mensen, nee het straalt niets uit (coördinaten N 06.13.10.7 – E 102.07.48.2). We besluiten naar de westkant te rijden. Of de stranden daar mooier zijn, dat weten we niet, in ieder geval wel dichter richting Thailand.

Onderweg bekijken we de tempels die we tegenkomen, niet allemaal, dat zouden er te veel zijn. Ze zijn wel erg mooi.

Het wordt steeds heter en ik krijg een dippy (met andere woorden, ik ben wat chagrijnig, natuurlijk niet leuk voor Kees). We besluiten een hotel met airco te nemen. In het plaatsje Penkalan Luhu nemen we Hotel Iskandar. Even bijtanken en fris slapen (Coördinaten N 05.42.16.9 – E 100.59.58.3).

Aan de westkant komen we in een recreatiepark aan  Bukit Air Recreational Park (coördinaten N 06.32.43.5 – E 100.10.05) Het is vandaag maandag dus rustig in het park. In de weekenden kun je de parken beter mijden. Dan is het er hartstikkend druk. Als het dan donker wordt is iedereen naar huis en is het heerlijk rustig en komen de aapjes kijken, wat de mensen aan eetbaars achter gelaten hebben. Leuk, kunnen we vanuit onze stoelen aapjes kijken.

Morgen rijden we richting grens Thailand, natuurlijk eerst de dieseltanks nokkie-vol i.v.m. de lagere prijs hier.We gaan Maleisië eerder uit dan verwacht.Bij de grens wordt alles netjes afgehandeld. Wel hebben we nog een klein probleempje.

In de computer van de douane staat geen UNIMOG. Na veel heen en weer gepraat wordt er besloten er dan maar een JEEP van te maken.

We hopen dat we hier later geen problemen mee krijgen. Nee, we krijgen de naam en telefoonnummer mee, van de hoge pief aldaar die de toestemming hiervoor gegeven heeft. Hmm. Klink acceptabel. We zien wel, we willen door. We maken in de tax-free-shop onze laatste Ringgit’s op.

Bye, bye Maleisie

Hello Thailand.